Molenbosch

Molenbosch is vernoemd naar de stellingmolen, die zich tot 1856 op het terrein bevond. In dat jaar werd de molen afgebroken. Sinds de aankoop van de grond door de Amsterdamse bankier Johannes Bernardus Stoop in 1835, stond het gebied al bekend onder deze naam.

Hij kocht de grond van de douairière Henriëtte van Oosthuyse, de enige dochter van Petrus Judocus van Oosthuyse, eigenaar van de buitenplaats Sparrendaal in Driebergen. In 1837 geeft Stoop de opdracht tot het bouwen van het huis  met het omliggende park. Hiervoor nam hij architect Jan David Zocher junior in dienst die de ontwerpen maakte. Hij ontwierp het huis in een streng neoclassicistische stijl, met als opvallend element een terugliggende ingang, die wordt omlijst door Dorische zuilen en een aantal witgepleisterde pilasters die doorlopen naar de eerste verdieping.

De bouw begon op 9 mei 1849 met de eerste steen legging. Bij de buitenplaats horen een tuinmanswoning, een ommuurde moestuin, een koetshuis, een tuinprieel, een ijskelder en een zeshoekig 'kippenpaleis' uit 1989. Deze bijgebouwen bevinden zich in het landschappelijk aangelegde parkbos, dat wordt gekenmerkt door een slingervijver rechts van het huis. De zichtlijnen tussen de vijver en het huis zijn helaas dichtgegroeid. Molenbosch wordt nog altijd particulier bewoond. Het parkbos is onder beheer van het Utrechts Landschap en is vrij toegankelijk. 

Het huis is niet te bezoeken maar het landgoed wel.

Kijk hier voor meer informatie.

Lees ook

Sparrendaal