Huis te Linschoten

Midden in het groen ligt het charmante Huis te Linschoten, dat bedekt lijkt te zijn met rode luikjes. Opvallend aan de voorkant van het huis zijn de twee torens uit de 17de-eeuw. Deze torens, bekroond door bel-vormige daken, veranderen halverwege van een vierkante in een ronde vorm. 

Linschoten is de meest westelijk gelegen buitenplaats in de provincie Utrecht. Het is niet zomaar toegankelijk, maar begrensd door een buitengracht, die het hele parkbos omringt. Jan David Zocher jr. heeft het park in 1834 zijn huidige landschapsstijl gegeven en het voorzien van een grote slingerende vijver. Aan de wegen rond de buitenplaats zelf vinden we diverse karakteristieke woningen en boerderijen die bij het landgoed horen. De oprijlaan naar het huis wordt afgesloten door een groot toegangshek uit omstreeks 1725. Dit hek heeft vier bakstenen pijlers met daarop siervazen in de Lodewijk XIV-stijl. 

Vanaf 1625 kocht Johan Strick, deken van het kapittel van Oudmunster, in de Hoge en in de Lage Polder stukken land op. Rond 1638 ging hij aan de slag met het bouwen van zijn, bijna vierkante, huis. Achterkleinzoon Jan Hendrik liet omstreeks 1720 het deel tussen de beide toren verhogen. De volgende generaties hebben weinig aan het huis veranderd, maar hebben er wel voor vele verhalen gezorgd. Begin 19de-eeuw was Huis te Linschoten een centrum van cultuur en bestonden er contacten met Goethe. Helaas werd het na 1860 stil en ging men het huis alleen in de zomermaanden bewonen. In 1891 kocht de Utrechtse sigarenfabrikant G. Ribbius Peletier het Huis te Linschoten. Zijn zoon Gerlacus zorgde voor een restauratie tussen 1908 en 1912. Sinds het overlijden van de derde generatie in 1969 zorgt een stichting voor het landgoed. 

Het huis zelf is omgracht en toegankelijk via een bakstenen brug. Een leuk detail is de ijskelder die zich nog steeds in het park bevindt. Aan het plein voor het huis staan twee bouwhuizen: de linker is in 1960 opnieuw gebouwd, maar de rechter is nog oorspronkelijk.